Insulineresistentie: oorzaken, symptomen en wat je eraan kunt doen
Insulineresistentie betekent dat lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline, waardoor glucose minder goed uit het bloed wordt opgenomen. Hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel en neemt het risico op prediabetes en diabetes type 2 toe.
Het goede nieuws is dat insulineresistentie in veel gevallen kan verbeteren door aanpassingen in voeding, beweging, slaap en lichaamsgewicht.
Wat is insuline en wat is insulineresistentie?
Insuline is een hormoon dat wordt aangemaakt in de alvleesklier en vrijkomt als reactie op koolhydraten uit de voeding, die in het lichaam worden omgezet in glucose (suiker). Insuline reguleert de bloedsuikerspiegel door glucose vanuit het bloed de lichaamscellen binnen te laten gaan, waar het als energiebron kan worden gebruikt.
Bij insulineresistentie – ook wel verminderde insulinegevoeligheid genoemd – blijft glucose in de bloedbaan circuleren in plaats van door de cellen te worden opgenomen, waardoor de bloedsuikerspiegel stijgt. Tegelijkertijd krijgen de cellen onvoldoende glucose om energie te produceren voor de spieren, de hersenen, andere belangrijke organen en allerlei stofwisselingsprocessen. Als reactie blijft de alvleesklier vaak extra insuline aanmaken, dit heet hyperinsulinemie.
Hierdoor stijgt ook de insulinespiegel in het bloed, wat op den duur de bètacellen in de alvleesklier – de cellen die insuline produceren – kan beschadigen.
Wanneer insulineresistentie onbehandeld blijft, kan dit uiteenlopende gevolgen hebben voor de stofwisseling. Bij veel mensen gaat de aandoening uiteindelijk vooraf aan prediabetes of diabetes type 2. Dit proces kan al 10 tot 15 jaar vóór de diagnose beginnen.
Een steeds groter deel van de Westerse bevolking heeft last van insulineresistentie. Exacte cijfers zijn moeilijk te geven omdat insulineresistentie niet routinematig wordt geregistreerd. Ook is er een grote groep volwassenen die er aan lijdt, zonder het te weten.
Wat zijn de symptomen van insulineresistentie?
De meest voorkomende lichamelijke klachten zijn:
- vermoeidheid
- meer dorst dan normaal
- vaker moeten plassen
- gewichtstoename of moeite met afvallen
Daarnaast kunnen ook de volgende klachten optreden:
- hoofdpijn
- tintelingen in handen of voeten
- wazig zien
- een onregelmatige menstruatiecyclus
- langzame wondgenezing
- vaker terugkerende infecties
Deze laatste symptomen treden meestal pas op in een later stadium, wanneer insulineresistentie is overgegaan in diabetes type 2. Veel van de complicaties die hiermee samenhangen kunnen blijvende schade veroorzaken als ze niet worden behandeld.
Zo kan wazig zien het gevolg zijn van langdurig verhoogde bloedsuikerwaarden, waardoor de kleine bloedvaatjes in het netvlies beschadigd raken. Uiteindelijk kan dit leiden tot blijvend gezichtsverlies. Ook een vertraagde wondgenezing en terugkerende infecties kunnen ernstige gevolgen hebben, zoals sepsis (bloedvergiftiging) of zelfs gangreen.1
In de beginfase veroorzaakt insulineresistentie niet altijd merkbare klachten. Sommige mensen ontdekken pas dat zij insulineresistent zijn na een bloedonderzoek, waarbij onder andere de nuchtere bloedsuiker, HOMA-IR (een maat voor insulineresistentie), HbA1c (een maat voor de gemiddelde bloedsuikerspiegel over de afgelopen twee à drie maanden) en de insulinespiegel worden gemeten.
Naarmate de aandoening zich verder ontwikkelt, veranderen vaak ook de bloedvetwaarden. Vooral verhoogde triglyceriden komen veel voor, maar ook een verhoogd LDL-cholesterol, totaal cholesterol en ontstekingsmarkers kunnen worden aangetroffen. Dit zijn aanwijzingen dat het lichaam suikers minder goed verwerkt en afvoert.
Wat heeft insulineresistentie te maken met visceraal vet?
Insulineresistentie en visceraal vet (vet rond de organen in de buik) versterken elkaar. Doordat de alvleesklier meer insuline aanmaakt vanwege het glucose-overschot in de bloedbaan, wordt de vorming van visceraal vet bevorderd. Insuline bevordert namelijk de opname van glucose in vetcellen, het stimuleert de vorming van vet uit een overschot aan glucose en het remt de afbraak van vet.
Visceraal vet produceert ontstekingsbevorderende stoffen en hormonen die de werking van insuline verder verstoren.
Wat zijn de risicofactoren voor insulineresistentie?
Insulineresistentie kan door verschillende factoren worden veroorzaakt. Een ongezond voedingspatroon, overgewicht, te weinig lichaamsbeweging en hormonale verstoringen spelen vaak een belangrijke rol. Ook erfelijke aanleg en bepaalde medicijnen kunnen bijdragen aan het ontstaan ervan.
Het is goed om te weten dat insulineresistentie zowel tijdelijk als chronisch kan zijn. In veel gevallen is de aandoening omkeerbaar, omdat veel van de belangrijkste risicofactoren beïnvloedbaar zijn door aanpassingen in de leefstijl.
Veel risicofactoren voor insulineresistentie komen overeen met die van het metabool syndroom. Insulineresistentie wordt dan ook vaak gezien bij mensen met het metabool syndroom (MetS). Van het metabool syndroom is sprake wanneer ten minste drie van de onderstaande kenmerken aanwezig zijn2:
- een middelomtrek van meer dan 102 cm bij mannen of 88 cm bij vrouwen
- een bloeddruk van 130/85 mmHg of hoger
- een nuchtere bloedsuikerwaarde van 100 mg/dL (5,6 mmol/L) of hoger
- een triglyceridenwaarde van 150 mg/dL (1,7 mmol/L) of hoger
- een HDL-cholesterolgehalte ('het goede cholesterol') lager dan 50 mg/dL (1,3 mmol/L) bij vrouwen of lager dan 40 mg/dL (1,0 mmol/L) bij mannen
Een vroege diagnose door een arts of andere zorgverlener is belangrijk. Verminderde insulinegevoeligheid hangt namelijk samen met verschillende aandoeningen, waaronder2:
- het metabool syndroom
- dyslipidemie (een verstoorde vetstofwisseling)
- endotheeldisfunctie (een verminderde werking van de binnenbekleding van de bloedvaten)
- metabole leververvetting (MASLD, voorheen niet-alcoholische leververvetting of NAFLD)
- het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS), tegenwoordig ook wel aangeduid als PMOS in relatie tot de onderliggende metabole verstoringen
Wanneer insulineresistentie niet wordt aangepakt, kan deze zich ontwikkelen tot prediabetes en uiteindelijk diabetes type 2. Dit vergroot het risico op verschillende complicaties, waaronder:
- oogproblemen
- hart- en vaatziekten
- nierziekten
- een beroerte
Hoe kun je insulineresistentie aanpakken?
Omdat veel oorzaken van insulineresistentie beïnvloedbaar zijn, biedt vroeg ingrijpen een belangrijke kans om de insulinegevoeligheid te verbeteren. De sleutel tot het voorkomen of omkeren van insulineresistentie is het verbeteren van de gevoeligheid van de lichaamscellen voor insuline. De belangrijkste aanbevelingen richten zich op voeding en leefstijl.
1. Voeding
Een mediterraan voedingspatroon, met de nadruk op groenten, magere eiwitbronnen en gezonde vetten, ondersteunt de verbetering van de insulinegevoeligheid en helpt bij gewichtsbeheersing. Een ketogeen voedingspatroon kan bij sommige mensen bijdragen aan gewichtsverlies en verbetering van de insulinegevoeligheid.3
Ongeacht welk voedingspatroon je volgt, het is belangrijk om de inname van sterk bewerkte voedingsmiddelen, suikerhoudende dranken en verzadigde vetten te beperken en zoveel mogelijk voeding met een lage glycemische index (GI) te nemen.
Voedingsmiddelen met een lage glycemische index (GI) veroorzaken doorgaans een minder snelle stijging van de bloedsuikerspiegel. De glycemische belasting (GL) houdt daarnaast rekening met de hoeveelheid beschikbare koolhydraten in een portie.
Vooral groente, peulvruchten, volkorenproducten, noten en zaden, en in mindere mate fruit, hebben een lage glycemische belasting.
2. Regelmatig bewegen
Streef naar minimaal 30 minuten lichaamsbeweging met een matige intensiteit, het liefst dagelijks. Sporten hoeft niet per se plaats te vinden in een sportschool of volgens een strak trainingsschema. Zoek vooral naar manieren om je hartslag te verhogen en je lichaam actief te gebruiken. Als je net begint met sporten, bouw de duur en intensiteit dan geleidelijk op om blessures te voorkomen. Wie al dagelijks 30 minuten beweegt, kan variatie aanbrengen in de routine. Voeg bijvoorbeeld krachttraining toe, sluit je aan bij een groepsles of hardloopgroep, werk met een personal trainer aan een trainingsprogramma of breng meer tijd buiten door.
3. Beheers je gewicht
Wanneer je te veel lichaamsvet hebt, kan het verliezen van slechts 5% van je lichaamsgewicht al helpen om de insulinegevoeligheid te verbeteren, het risico op diabetes te verlagen en bloedglucosewaarden (HbA1c-waarden) te verbeteren.
Voor iemand van ongeveer 90 kg met overtollig lichaamsvet betekent dit een gewichtsverlies van ongeveer 4,5 kg. Dit is een haalbaar doel door meer te bewegen, een passend voedingsplan te volgen, voldoende te slapen en stress te verminderen.
Het is niet toevallig dat gewichtsverlies ook kan bijdragen aan verbetering van slaapkwaliteit, energieniveau, stemming, libido en meer.4
4. Optimaliseer je macronutriënten
Kijk niet alleen naar het totale aantal calorieën, maar ook naar de voedingsmiddelen die je eet. Te veel koolhydraten, of de verkeerde soorten koolhydraten, kunnen invloed hebben op de glucose- en vetwaarden in het bloed.
Eiwitten zijn macronutriënten die kunnen helpen om een verzadigd gevoel te behouden en spiermassa te ondersteunen tijdens een periode waarin je minder calorieën binnenkrijgt.
Vezels kunnen helpen om gezonde bloedsuikerwaarden te behouden.
Ook het tijdstip waarop je eet en de volgorde waarin je voedingsmiddelen consumeert, kunnen een rol spelen bij de regulatie van de bloedsuikerspiegel.5
5. Overweeg een voedingssupplement
Voedingssupplementen kunnen een gezonde leefstijl ondersteunen. Op onze categoriepagina Bloedsuikerspiegel staat informatie over welke supplementen kunnen bijdragen aan het behoud van normale bloedsuikerspiegel en normale insulinegevoeligheid.
Conclusie
Insulineresistentie is een aandoening die niet meteen als zodanig herkend wordt, maar die uiteindelijk kan leiden tot prediabetes en diabetes type 2. Het goede nieuws is dat insulineresistentie in veel gevallen kan verbeteren en soms kan worden teruggedraaid. Hoe eerder je ingrijpt, hoe groter de kans op verbetering.
Wat helpt tegen insulineresistentie?
- Kies een voedingspatroon met een lage glycemische index.
- Beweeg regelmatig en doe krachttraining .
- Verminder overtollig lichaamsvet.
- Zorg voor voldoende slaap en stressmanagement.
- Bespreek eventuele supplementen met een zorgprofessional.
Dit blogartikel is een bewerking van een Take 5 Daily artikel op Thorne.com
Auteur Thorne: Laura Kunces, PhD, RD, CSSD
Redactie NL: Marcella van der Wel
Gepubliceerd op: 20 augustus 2026
Referenties
1. National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases. Symptoms & causes of diabetes | NIDDK. National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases. https://www.niddk.nih.gov/health-information/diabetes/overview/symptoms-causes [Accessed July 7, 2026].
2. Freeman AM, Acevedo LA, Pennings N. Insulin resistance. In: StatPearls. StatPearls Publishing; 2024. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK507839/ [Accessed July 7, 2026].
3. Paoli A, Bianco A, Moro T, et al. The effects of ketogenic diet on insulin sensitivity and weight loss, which came first: The chicken or the egg? Nutr. 2023;15(14). doi:10.3390/nu15143120.
4. Ryan DH, Yockey SR. Weight loss and improvement in comorbidity: Differences at 5%, 10%, 15%, and over. Curr Obes Rep. 2017;6(2):187-194. doi:10.1007/s13679-017-0262-y
5. Yang W, Jiang W, Guo S. Regulation of macronutrients in insulin resistance and glucose homeostasis during type 2 diabetes mellitus. Nutr. 2023;15(21):4671. doi:10.3390/nu15214671