Vitamine A
Vitamine A werd in 1913 ontdekt, toen wetenschappers zagen dat de stof van belang is voor het aanpassen van de ogen aan de duisternis. Het lichaam haalt vitamine A gedeeltelijk uit dierlijke vetten en maakt een gedeelte zelf aan uit bètacaroteen.
Vitamine A is goed voor het gezichtsvermogen en de conditie van het oog en het is betrokken bij de celgroei en de vorming van epitheel. Vitamine A stimuleert het immuunsysteem. Daarnaast is vitamine A essentieel voor huid, botten, tanden en steunweefsel.
Aangezien vitamine A vetoplosbaar is, kan een te hoge inname leiden tot vergiftiging. Bij bètacaroteen, dat deels in vitamine A wordt omgezet, bestaat dit gevaar niet.


